Toelichting 1-5

3. Belangrijke grondslagen voor financiële verslaglegging

(a) Algemeen

De hieronder beschreven grondslagen zijn door de entiteiten van Heineken consistent toegepast op alle perioden die in deze geconsolideerde jaarrekening worden gepresenteerd.

(b) Stelselwijziging betreffende joint ventures

Joint ventures zijn entiteiten waarover de zeggenschap door Heineken gezamenlijk op basis van contractuele afspraken wordt uitgeoefend en waarbij unanieme overeenstemming vereist is voor strategische financiële en operationele beslissingen.

Heineken heeft besloten om bij de verslaglegging over joint ventures met ingang van 1 januari 2008 voortaan de vermogensmutatiemethode te hanteren in plaats van proportionele consolidatie. Deze beslissing is ge­baseerd op Exposure Draft 9, welke in september 2007 door de International Accounting Standards Board (IASB) is opgesteld en waarin wordt voorgesteld om bij de verslaglegging over joint ventures uitsluitend de vermogensmutatiemethode toe te staan. Deze grondslag wordt ook door de meeste met Heineken vergelijkbare ondernemingen gehanteerd.

Mede gelet op het bovenstaande verschaft de vermogensmutatiemethode betrouwbare en meer relevante (of relevantere) informatie.

Deze stelselwijziging is in overeenstemming met IAS 8 ‘Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattings­wijzigingen en fouten herstel’ retrospectief verantwoord en de vergelijkende cijfers zijn overeenkomstig aan­gepast. De stelselwijziging had voor het boekjaar eindigend op 31 december 2007 een negatief effect van € 1.319 miljoen op de op­breng­sten en een negatief effect van € 139 miljoen op het resultaat uit bedrijfs­acti­viteiten. Er was een positief effect van € 29 miljoen op het aandeel in de winst van geassocieerde deelnemingen en joint ventures. Vanwege de stelsel­wijziging zijn de totale activa per 31 december 2007 met € 1.014 miljoen afgenomen. De aanpassing heeft geen gevolgen voor het eigen vermogen en de aan aandeelhouders van de vennootschap toe te rekenen winst.

Zo nodig zijn bedragen betreffende het boekjaar eindigend op 31 december 2007, die in de toe­lich­tingen op deze geconsolideerde jaarrekening worden vermeld, aangepast naar aanleiding van de stelsel­wijziging.

(c) Grondslagen voor de consolidatie

(i) Dochterondernemingen

Dochterondernemingen zijn entiteiten waarbij Heineken beslissende zeggenschap heeft. Er is sprake van beslissende zeggenschap wanneer Heineken, direct of indirect, het financiële en operationele beleid van een entiteit kan bepalen teneinde economische voordelen te behalen uit de activiteiten van deze entiteit. Bij de beoordeling of Heineken beslissende zeggenschap heeft, wordt mede gelet op potentiële stemrechten die direct kunnen worden uitgeoefend of omgewisseld. De jaarrekening van een dochteronderneming wordt volledig geconsolideerd in de geconsolideerde jaarrekening vanaf het moment dat deze dochteronderneming onder de beslissende zeggenschap van Heineken valt tot aan het moment waarop deze beslissende zeggen­schap ten einde komt. Waar nodig zijn de grondslagen voor financiële verslaggeving gewijzigd om consis­ten­tie met de door Heineken gehanteerde grondslagen te waarborgen.

(ii) Voor een bijzonder doel opgerichte entiteiten (SPE’s)

Een voor een bijzonder doel opgerichte entiteit (‘Special Purpose Entity’, SPE) wordt geconsolideerd indien Heineken, na analyse van de economische realiteit van de relatie tussen de SPE en Heineken en van de risico’s en voordelen van de SPE, tot het oordeel komt dat Heineken beslissende zeggenschap heeft over de SPE. SPE’s waarover Heineken beslissende zeggenschap heeft, zijn opgericht onder voorwaarden die strikte be­per­kingen opleggen aan de beslissingsbevoegdheid van het management van de SPE’s en die ervoor zorgen dat Heineken het merendeel van de voordelen ontvangt verbonden aan de bedrijfsactiviteiten en de netto activa van de SPE, wordt blootgesteld aan de risico’s die voortvloeien uit de activiteiten van de SPE en de meer­der­heid behoudt van de resterende risico’s of eigendomsrisico’s met betrekking tot de SPE of haar activa.

(iii) Geassocieerde deelnemingen

Geassocieerde deelnemingen zijn die entiteiten waarin Heineken wel invloed van betekenis, maar geen beslissende zeggenschap heeft over het financiële en operationele beleid. Invloed van betekenis wordt verondersteld te bestaan wanneer de Groep tussen 20 en 50 procent van het stemrecht in een andere entiteit in handen heeft. In de geconsolideerde jaarrekening wordt het aandeel van Heineken in het totaal­resultaat van geassocieerde deelnemingen op basis van de vermogensmutatiemethode verantwoord vanaf het moment dat van invloed van betekenis sprake is tot het moment waarop de invloed van betekenis beëindigd wordt. Wanneer het aandeel van Heineken in de verliezen van de geassocieerde deelneming de boekwaarde van de geassocieerde deelneming overtreft, wordt de boekwaarde afgeboekt tot nihil en worden geen verdere verliezen meer verantwoord, tenzij voor zover Heineken voor de geassocieerde deelneming verplichtingen is aangegaan of betalingen heeft verricht.

(iv) Joint ventures

Joint ventures zijn entiteiten waarbij de zeggenschap over de activiteiten door Heineken gezamenlijk op basis van contractuele afspraken wordt uitgeoefend en waarbij unanieme overeenstemming vereist is voor strate­gische financiële en operationele beslissingen. In de geconsolideerde jaarrekening wordt het aandeel van Heineken in het totaalresultaat van joint ventures op basis van de vermogensmutatiemethode verant­woord vanaf het moment dat van gezamenlijke zeggenschap sprake is tot het moment waarop de gezamen­lijke zeggenschap beëindigd wordt. Wanneer het aandeel van Heineken in de verliezen van de joint venture de boekwaarde van de joint venture overtreft, wordt de boekwaarde afgeboekt tot nihil en worden geen verdere verliezen meer verantwoord, tenzij voor zover Heineken voor de joint venture verplichtingen is aangegaan of betalingen heeft verricht.

(v) Eliminatie van transacties bij consolidatie

Balansposities en eventuele ongerealiseerde winsten en verliezen of baten en lasten die voortvloeien uit trans­acties binnen de Heineken Groep worden bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening geëlimineerd.

(d) Vreemde valuta

(i)Transacties in vreemde valuta

Transacties in vreemde valuta worden naar de betreffende functionele valuta van de Heineken entiteiten omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de transactiedatum. Monetaire activa en verplichtingen die op de balansdatum in vreemde valuta luiden, worden omgerekend naar de functionele valuta tegen de op die datum geldende wisselkoers. De valutaomrekeningsverschillen op monetaire posten bestaan uit het verschil tussen de geamortiseerde kostprijs in de functionele valuta aan het begin van de periode (aangepast voor effectieve rente en betalingen gedurende de periode) en de geamortiseerde kostprijs in vreemde valuta, omgerekend tegen de wisselkoers aan het einde van de periode.

Niet-monetaire activa en verplichtingen die luiden in vreemde valuta en die tegen de reële waarde zijn ge­waar­deerd, worden teruggerekend naar de functionele valuta tegen de wisselkoers die gold op de datum waarop de reële waarde werd bepaald. Valutaomrekeningsverschillen die ontstaan bij omrekening, worden verantwoord in de winst- en verlies­rekening, met uitzondering van verschillen die ontstaan bij de omrekening van voor verkoop beschikbare (eigen vermogen) investeringen en valutaomrekeningsverschillen die ontstaan bij omrekening van een financiële verplichting die wordt aangemerkt als afdekking van een netto investering.

Niet-monetaire activa en verplichtingen die luiden in vreemde valuta en die tegen kostprijs zijn gewaardeerd, worden tegen historische wisselkoersen omgerekend naar de functionele valuta.

(ii) Buitenlandse activiteiten

De activa en verplichtingen van buitenlandse activiteiten, inclusief goodwill en reële-waardeaanpassingen die uit de consolidatie voortvloeien, worden omgerekend naar de euro tegen wisselkoersen die gelden op de balansdatum. De baten en lasten van buitenlandse activiteiten worden omgerekend naar de euro tegen koersen die de wisselkoersen op de transactiedata benaderen.

Valutakoersverschillen worden rechtstreeks als afzonderlijke post in het eigen vermogen verwerkt. Bij gehele of gedeeltelijke desinvestering van buitenlandse activiteiten wordt het dienovereenkomstige bedrag over­geheveld van de reserve koersverschillen naar de winst- en verliesrekening. Valutaomrekeningsverschillen op monetaire posten die invorderbaar zijn bij of verschuldigd zijn aan buitenlandse activiteiten en waarvan de afwikkeling niet gepland en in de nabije toekomst niet waarschijnlijk is, worden geacht deel uit te maken van een netto investering in buitenlandse activiteiten en worden rechtstreeks in het eigen vermogen verwerkt in de reserve koersverschillen.

Bij het opstellen van deze geconsolideerde jaarrekening zijn voor de belangrijkste landen waar Heineken actief is, de volgende wisselkoersen gebruikt:

Ultimokoers Gemiddelde koers
In EUR 2008 2007 2008 2007
GBP 1,0499 1,3636 1,2577 1,3877
CHF 0,6734 0,6043 0,6309 0,6027
EGP 0,1303 0,1238 0,1255 0,1294
NGN 0,0051 0,0058 0,0057 0,0058
PLN 0,2408 0,2783 0,2856 0,2645
RUB 0,0242 0,0278 0,0275 0,0286
USD 0,7185 0,6793 0,6832 0,7308
ZAR 0,0765 0,0997 0,0826 0,1036
(iii) Afdekking van netto-investeringen in buitenlandse activiteiten

Valutaomrekeningsverschillen die ontstaan uit de omrekening van een financiële verplichting die is aange­wezen als een afdekking van een netto investering in buitenlandse activiteiten, worden rechtstreeks in het eigen vermogen verwerkt in de reserve koersverschillen, voor zover de afdekking effectief is. Voor zover de afdekking niet-effectief is, worden de verschillen verantwoord in de winst- en verliesrekening. Wanneer het afgedekte deel van een netto investering wordt afgestoten, wordt het desbetreffende in het eigen vermogen opgenomen cumulatieve bedrag overgeheveld naar de winst- en verliesrekening als een aanpassing op de winst of het verlies bij desinvestering.

(e) Niet-afgeleide financiële instrumenten

(i) Algemeen

Niet-afgeleide financiële instrumenten bestaan uit investeringen in aandelen en obligaties, handels- en overige vorderingen, geldmiddelen en kasequivalenten, leningen en overige financieringsverplichtingen, alsmede handels- en overige verplichtingen.

Niet-afgeleide financiële instrumenten worden bij eerste opname verantwoord tegen reële waarde plus (behalve wanneer het gaat om investeringen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening) direct toerekenbare transactiekosten. Na de eerste opname worden niet-afgeleide financiële instrumenten gewaardeerd zoals hierna vermeld.

Geldmiddelen en kasequivalenten bestaan uit kasgelden en direct opvraagbare tegoeden. Rekening-courant­kre­die­ten banken die direct opeisbaar zijn en integraal deel uitmaken van het kasstroombeheer van Heineken, worden ten behoeve van het kasstroomoverzicht opgenomen als onderdeel van de geldmiddelen en kasequivalenten.

De verantwoording van rentebaten en -lasten en overige netto financieringsbaten en -lasten wordt toegelicht in toelichting 3t.

(ii) Investeringen aangehouden tot einde looptijd

Daar waar Heineken de intentie en de mogelijkheid heeft om investeringen aan te houden tot het einde van de looptijd, worden deze geclassificeerd als investeringen aangehouden tot einde looptijd. Investeringen zijn leningen en langlopende vorderingen uitgegeven door Heineken en worden gewaardeerd tegen geamor­ti­seerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode, na aftrek van eventuele bijzondere waarde­verminderingen. Investeringen aangehouden tot einde looptijd worden opgenomen dan wel niet langer opgenomen op de dag dat deze aan respectievelijk door Heineken worden overgedragen.

(iii) Investeringen beschikbaar voor verkoop

De investeringen van Heineken in aandelen en bepaalde obligaties worden geclassificeerd als beschikbaar voor verkoop. Na eerste opname worden deze gewaardeerd tegen reële waarde. Aanpassingen in de reële waarde worden rechtstreeks in het eigen vermogen verwerkt, met uitzondering van bijzondere waarde­verminderingen (zie toelichting 3k(i)) en valutaomrekeningsverschillen bij monetaire activa en verplichtingen beschikbaar voor verkoop (zie toelichting 3d(i)). Wanneer deze investeringen niet langer in de balans worden opgenomen, worden de cumulatieve winsten of verliezen die voorheen rechtstreeks in het eigen vermogen waren verwerkt, verantwoord in de winst- en verliesrekening. Indien deze investeringen rentedragend zijn, wordt de op basis van de effectieve-rentemethode berekende rente verantwoord in de winst- en verlies­rekening. Voor verkoop beschikbare investeringen worden in de balans opgenomen, respectievelijk niet langer in de balans opgenomen op de datum dat Heineken zich tot aankoop respectievelijk verkoop van de investeringen verplicht.

(iv) Investeringen gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening

Een investering wordt als een investering tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening geclassificeerd indien de investering voor handelsdoeleinden wordt aan­ge­houden of bij eerste opname is aangewezen als aangehouden voor handelsdoeleinden. Investeringen zijn als zodanig aangewezen indien Heineken deze investeringen beheert en beslissingen ten aanzien van aankoop of verkoop baseert op de reële waarde van de investeringen in overeenstemming met de gedocumenteerde risico­beheersings- of beleggingsstrategie van Heineken. Bij eerste opname worden toerekenbare trans­actiekosten verantwoord in de winst- en verliesrekening. Investeringen tegen reële waarde met verwer- king van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening worden tegen reële waarde gewaardeerd. Waardeveranderingen worden verantwoord in de winst- en verliesrekening als onderdeel van de overige netto financieringsbaten/(lasten). Investeringen tegen reële waarde met verwerking van waarde­veranderingen in de winst- en verliesrekening worden in de balans opgenomen, respectievelijk niet langer in de balans opgenomen op de datum dat Heineken zich tot aankoop respectievelijk verkoop van de investeringen verplicht.

(v) Overige

Overige niet-afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode, na aftrek van eventuele bijzondere waardeverminderingen. Vooruit­be­ta­lingen verstrekt aan afnemers zijn opgenomen onder niet-afgeleide financiële instrumenten. De vooruit­be­talingen worden over de looptijd van de overeenkomst afgeschreven als vermindering van de opbrengsten.

(f) Afgeleide financiële instrumenten

(i) Algemeen

Heineken gebruikt derivaten in de normale bedrijfsvoering om marktrisico’s te beheersen. In het algemeen streeft Heineken ernaar om ‘hedge accounting’ toe te passen teneinde het effect van valuta­koers­schom­me­lingen op de winst- en verliesrekening te minimaliseren.

Tot de mogelijk te gebruiken derivaten behoren renteswaps, rentetermijncontracten, caps en floors, valuta­termijncontracten en opties. Afdekkingstransacties worden aangegaan met een beperkt aantal tegenpartijen, die over een gedegen kredietwaardigheid beschikken. Het afdekken van valuta- en renterisico’s is gebonden aan interne richtlijnen die door de Raad van Bestuur zijn goedgekeurd en op de naleving waarvan door de Raad van Bestuur wordt toegezien.

Afgeleide financiële instrumenten worden bij eerste opname verantwoord tegen reële waarde, waarbij de toerekenbare transactiekosten in de winst- en verliesrekening worden verantwoord zodra deze zich voor­doen. Derivaten waarop geen ‘hedge accounting’ wordt toegepast, worden verantwoord als instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening. Wanneer derivaten in aanmerking komen voor ‘hedge accounting’, vindt de latere waardering plaats tegen reële waarde en worden veranderingen van de reële waarde verantwoord zoals beschreven in toelichting 3d(iii), 3f(ii) en (iii).

De reële waarde van renteswaps vertegenwoordigt het geschatte bedrag dat Heineken zou ontvangen of betalen om de swap op de balansdatum te beëindigen, rekening houdend met de actuele rentestanden en de actuele kredietwaardigheid van de tegenpartijen in de swaps.

(ii) Kasstroomafdekkingen

Veranderingen in de reële waarde van het afgeleide afdekkingsinstrument dat is aangewezen als een kasstroomafdekking, worden rechtstreeks in het eigen vermogen verwerkt voor zover de afdekking effectief is. Voor zover de afdekking niet-effectief is, worden veranderingen in de reële waarde verantwoord in de winst- en verliesrekening.

Als het afdekkingsinstrument niet langer aan de criteria voor ‘hedge accounting’ voldoet, afloopt of wordt ver­kocht, beëindigd of uitgeoefend, dan wordt de ‘hedge accounting’ beëindigd en worden de in het eigen ver­mo­gen verwerkte cumulatieve niet-gerealiseerde winsten of verliezen onmiddellijk in de winst- en verlies­rekening verantwoord. Wanneer een afdekkingsinstrument wordt beëindigd maar de afgedekte transactie naar ver­wach­ting nog steeds zal plaatsvinden, blijven de cumulatieve winsten of verliezen op dat moment in het eigen ver­mo­gen opgenomen. De cumulatieve winsten of verliezen worden volgens de bovenvermelde grondslag verant­woord wanneer de transactie plaatsvindt. Wanneer de afgedekte positie een niet-financieel actief betreft, wordt het in het eigen vermogen opgenomen bedrag overgeheveld naar de boekwaarde van het actief wanneer dit wordt verantwoord. In andere gevallen wordt het in het eigen vermogen opgenomen bedrag overgeheveld naar dezelfde post in de winst- en verliesrekening in de periode waarin de afgedekte positie de winst- en verliesrekening beïnvloedt.

(iii) Reële-waardeafdekkingen

Veranderingen in de reële waarde van een afgeleid afdekkingsinstrument dat is aangewezen als een reële-waardeafdekking, worden in de winst- en verliesrekening verantwoord. Ook de afgedekte positie wordt tegen reële waarde opgenomen ten aanzien van het afgedekte risico; de winst of het verlies welke toerekenbaar is aan het afgedekte risico wordt in de winst- en verliesrekening verantwoord en leidt tot aanpassing van de boekwaarde van de afgedekte positie.

Indien de afdekking niet langer aan de criteria voor ‘hedge accounting’ voldoet, wordt de aanpassing van de boekwaarde van een afgedekte positie waarop de effectieve-rentemethode is toegepast, afgeschreven over de periode tot het einde van de looptijd.

(iv) Afscheidbare in contracten besloten derivaten

Veranderingen in de reële waarde van afscheidbare in contracten besloten derivaten worden onmiddellijk in de winst- en verliesrekening verantwoord.

(g) Aandelenkapitaal

(i) Gewone aandelen

Gewone aandelen worden geclassificeerd als eigen vermogen. Marginale kosten die direct toe te schrijven zijn aan de uitgifte van gewone aandelen, worden na aftrek van eventuele belastingen in mindering gebracht op het eigen vermogen.

(ii) Inkoop van eigen aandelen

Bij de inkoop van aandelenkapitaal dat als eigen vermogen is verantwoord, wordt de hiervoor betaalde vergoeding met inbegrip van de rechtstreeks toerekenbare kosten na aftrek van eventuele belastingen in mindering gebracht op het eigen vermogen. Ingekochte aandelen in het eigen vermogen worden opgenomen in de reserve eigen aandelen. Wanneer ingekochte aandelen in het eigen vermogen later opnieuw worden verkocht of uitgegeven, wordt het ontvangen bedrag opgenomen ten gunste van het eigen vermogen en wordt het resulterende overschot of tekort op de transactie overgeheveld naar of van de ingehouden winsten.

(iii) Dividenden

Dividenden worden als verplichting opgenomen in de periode waarin zij worden vastgesteld.

(h) Materiële vaste activa

(i) Activa in eigendom

Materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen kostprijs onder aftrek van ontvangen overheidssubsidies (zie (s)), cumulatieve afschrijvingen (zie (iv)) en cumulatieve bijzondere waardeverminderingen (zie grondslag 3k(ii)). De kostprijs bestaat uit de aankoopprijs vermeerderd met kosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de verkrijging van het actief (zoals transportkosten en niet-terugvorderbare belastingen). De kostprijs van zelfvervaardigde activa bestaat uit de kosten van materialen en directe arbeid en alle overige kosten die rechtstreeks toegerekend kunnen worden aan het gereed maken van het actief voor het beoogde gebruik (zoals het relevante deel van de indirecte productiekosten), alsmede de kosten voor ontmanteling en verwijdering van het actief en voor het herstel van het terrein. Financieringskosten met betrekking tot de verwerving of bouw van in aanmerking komende activa worden verantwoord in de winst- en verliesrekening zodra deze zich voordoen.

Reserveonderdelen die worden verkregen als onderdeel van een aankoop van bedrijfsmiddelen en die uitsluitend in samenhang met deze specifieke bedrijfsmiddelen zullen worden gebruikt, worden bij eerste opname geactiveerd en afgeschreven als onderdeel van deze bedrijfsmiddelen.

Daar waar een materieel vast actief uit belangrijke componenten met een verschillende economische levensduur bestaat, worden deze componenten verantwoord als afzonderlijke materiële vaste activa.

(ii) Geleasde activa

Leaseovereenkomsten waarbij Heineken vrijwel alle aan de eigendom verbonden risico’s en voordelen overneemt, worden geclassificeerd als financiële leaseovereenkomsten. Bij eerste opname worden materiële vaste activa die middels een financiële leaseovereenkomst zijn verkregen, gewaardeerd tegen de reële waarde, of tegen de contante waarde van de minimale leasetermijnen op het tijdstip van het aangaan van de lease­overeenkomst, indien deze laatstgenoemde waarde lager is. De leasetermijnen worden deels opgenomen als aflossing op de uitstaande verplichting en deels als financieringskosten, zodanig dat dit resulteert in een constante periodieke rentevoet op het resterende saldo van de verplichting.

Overige leases gelden als operationele leaseovereenkomsten. Deze worden niet opgenomen in de balans van Heineken. Betalingen verricht uit hoofde van operationele leaseovereenkomsten worden gedurende de looptijd van de overeenkomst lineair ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht. Wanneer een operationele lease­overeenkomst wordt beëindigd voordat de looptijd is verstreken, worden eventuele betalingen die bij wijze van boete aan de lessor verschuldigd zijn, opgenomen als lasten in de periode waarbinnen de beëindiging plaatsvindt.

(iii) Uitgaven na eerste opname

De kosten voor vervanging van een onderdeel van een materieel vast actief worden verantwoord in de boekwaarde van het actief of verantwoord als een afzonderlijk actief, al naar gelang het geval, indien het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen van het actief aan Heineken zullen toekomen en de kostprijs van het actief betrouwbaar kan worden bepaald. De boekwaarde van het vervangen onderdeel wordt niet langer opgenomen. De kosten van dagelijks onderhoud aan materiële vaste activa worden in de winst- en verliesrekening opgenomen zodra deze kosten worden gemaakt.

(iv) Afschrijvingen materiële vaste activa

Op grond wordt niet afgeschreven, aangezien de levensduur hiervan onbeperkt wordt geacht.

De afschrij­ving­en op overige materiële vaste activa geschieden lineair ten laste van de winst- en verliesrekening op basis van de verwachte economische levensduur van de materiële vaste activa en van de belangrijke componenten die afzonderlijk worden opgenomen. Op projecten in uitvoering wordt niet afgeschreven. De geschatte economische levensduur luidt als volgt:

Gebouwen
30 - 40 jaar
Machines en installaties
10 - 30 jaar
Andere vaste bedrijfsmiddelen
5 - 10 jaar

Daar waar componenten van een materieel vast actief een verschillende economische levensduur hebben, worden deze componenten verantwoord als afzonderlijke materiële vaste activa.

De afschrijvingsmethoden, de restwaarde en de economische levensduur worden ieder jaar opnieuw beoordeeld en waar nodig aangepast.

(v) Winst en verlies op verkoop

Nettowinsten op de verkoop van materiële vaste activa worden in de winst- en verliesrekening opgenomen onder overige baten. Nettoverliezen op verkoop worden als onderdeel van afschrijvingen verantwoord. Nettowinsten en -verliezen worden in de winst- en verliesrekening verantwoord wanneer de belangrijke risico’s en voordelen verbonden aan eigendom van de goederen zijn overgedragen aan de koper, de vergoeding waarschijnlijk inbaar is, de bijbehorende kosten betrouwbaar kunnen worden ingeschat en de materiële vaste activa niet langer worden beheerd.

(i) Immateriële activa

(i) Goodwill

Goodwill ontstaat bij de acquisitie van dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen en joint ventures en bestaat uit het positieve verschil tussen de kostprijs van de acquisitie en het belang van Heineken in de reële waarde van de netto identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen van de overgenomen partij.

Goodwill ontstaan bij de acquisitie van dochterondernemingen wordt opgenomen onder immateriële activa. Goodwill ontstaan bij de acquisitie van geassocieerde deelnemingen en joint ventures wordt opgenomen in de boekwaarde van de geassocieerde deelneming of joint venture. Goodwill met betrekking tot acquisities vóór 1 oktober 2003 is verwerkt op basis van de veronderstelde kostprijs, zijnde het bedrag dat onder de voorheen toegepaste GAAP werd verantwoord. Goodwill op acquisities vóór 1 januari 2003 is op het eigen vermogen in mindering gebracht.

Goodwill die voortvloeit uit de acquisitie van een minderheidsbelang in een dochteronderneming, bestaat uit het positieve verschil tussen de kosten van de extra investering en de boekwaarde van het belang in de netto activa dat wordt verkregen op de ruildatum.

Goodwill wordt gewaardeerd tegen kostprijs, onder aftrek van cumulatieve bijzondere waarde­ver­min­de­ringen (zie grondslag 3k(ii)). Goodwill wordt ten behoeve van de toetsing op bijzondere waardevermindering toegerekend aan kasstroomgenererende eenheden (of groepen van eenheden) en jaarlijks getoetst op bijzondere waardevermindering.

Negatieve goodwill wordt rechtstreeks in de winst- en verliesrekening verantwoord.

(ii) Merken

Door de acquisitie van Scottish & Newcastle (‘S&N’) zijn strategische merken alsmede klantgerelateerde en contract gebaseerde immateriële activa verkregen. Bij andere acquisities, sinds de overgang op IFRS in 2004, zijn geen strategische merken of significante klantgerelateerde en op contract gebaseerde immateriële activa verkregen.

Merken die afzonderlijk of als onderdeel van een bedrijfscombinatie zijn verkregen, wor­den ge­ac­ti­veerd indien zij voldoen aan de definitie van immateriële activa en indien wordt voldaan aan de opname­criteria.

Merken die als onderdeel van een bedrijfscombinatie zijn verkregen, worden gewaardeerd tegen de reële waarde volgens de ‘royalty relief’-methode. Afzonderlijk verworven merken worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs.

Strategische merken zijn algemeen bekende internationale of lokale merken met een sterke marktpositie en een gevestigde merknaam. Strategische merken worden afzonderlijk afgeschreven over de geschatte economische levensduur van het merk. Andere merken worden in portfolioverband per land afgeschreven.

(iii) Klantgerelateerde en contract gebaseerde immateriële activa

Klantgerelateerde en contract gebaseerde immateriële activa worden geactiveerd indien zij voldoen aan de definitie van een immaterieel actief en indien aan de opnamecriteria wordt voldaan. Indien de bedragen niet-materieel zijn, worden zij opgenomen in de waardering van het merk. De relatie tussen merken en klant­ge­re­lateerde immateriële activa wordt zorgvuldig voor ogen gehouden om te voorkomen dat zowel merken als klantgerelateerde immateriële activa worden verantwoord op basis van dezelfde kasstromen.

Klantgerelateerde en contract gebaseerde immateriële activa die zijn verkregen als onderdeel van een bedrijfscombinatie, worden gewaardeerd tegen de reële waarde. Afzonderlijk verworven klantge­re­la­teerde en contract gebaseerde immateriële activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs.

Klantgerelateerde en contract gebaseerde immateriële activa worden afgeschreven over de looptijd van de contractuele afspraken donwel de resterende economische levensduur van de klantrelaties.

(iv) Software, onderzoek en ontwikkeling en overige immateriële activa

Aangekochte software wordt gewaardeerd tegen kostprijs, onder aftrek van cumulatieve afschrijvingen (zie (vi)) en bijzondere waardeverminderingen (zie grondslag 3k(ii)). Uitgaven voor intern ontwikkelde software worden geactiveerd indien deze uitgaven voldoen aan de criteria voor ontwikkelingsactiviteiten. Indien niet aan deze criteria wordt voldaan, worden de uitgaven in de winst- en verliesrekening verantwoord zodra de uitgaven zich voordoen.

Uitgaven voor onderzoeksactiviteiten die worden verricht met het vooruitzicht nieuwe technische kennis en inzichten te verwerven, worden in de winst- en verliesrekening verantwoord zodra de uitgaven zich voordoen.

Ontwikkelingsactiviteiten hebben betrekking op een plan of ontwerp teneinde nieuwe of aanzienlijk verbeter­de producten, software en processen te vervaardigen. Uitgaven voor ontwikkelingsactiviteiten worden uitsluitend geactiveerd indien de ontwikkelingskosten op betrouwbare wijze kunnen worden bepaald, het product of proces technisch en commercieel haalbaar is, het waarschijnlijk is dat er toekomstige econo­mische voordelen behaald zullen worden en Heineken zowel over de intentie als over voldoende middelen beschikt om de ont­wik­keling te voltooien en het actief te gebruiken of te verkopen. De geactiveerde uitgaven bestaan uit de kosten van materialen en directe arbeid en de indirecte kosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan het gereed­maken van het actief voor het beoogde gebruik. Financieringskosten met betrekking tot de ontwikkeling van in aanmerking komende activa worden verantwoord in de winst- en verliesrekening zodra deze zich voordoen. De overige ontwikkelingskosten worden in de winst- en verliesrekening verantwoord zodra deze zich voordoen.

Geactiveerde ontwikkelingsuitgaven worden gewaardeerd tegen kostprijs, onder aftrek van cumulatieve afschrijvingen (zie (vi)) en cumulatieve bijzondere waardeverminderingen (zie grondslag 3k(ii)).

Overige immateriële activa die door Heineken zijn verkregen, worden gewaardeerd tegen de kostprijs, onder aftrek van cumulatieve afschrijvingen (zie (vi)) en bijzondere waardeverminderingen (zie grondslag 3k(ii)). Uitgaven voor intern gegenereerde goodwill en merken worden in de winst- en verliesrekening verantwoord zodra deze zich voordoen.

(v) Uitgaven na eerste opname

Uitgaven na de eerste opname worden uitsluitend geactiveerd indien hierdoor de toekomstige economische voordelen zullen toenemen die het desbetreffende specifieke actief in zich bergt. Alle overige uitgaven worden als lasten in de winst- en verliesrekening verwerkt zodra deze zich voordoen.

(vi) Amortisatie immateriële activa

Immateriële activa met een eindige levensduur worden lineair afgeschreven op basis van de geschatte economische levensduur vanaf de datum waarop deze activa voor gebruik beschikbaar zijn. De geschatte economische levensduur luidt als volgt:

Strategische merken
40 - 50 jaar
Overige merken
15 - 25 jaar
Klantgerelateerde en contract gebaseerde immateriële activa
5 - 30 jaar
Software
3 jaar
Geactiveerde ontwikkelingskosten
3 jaar
(vii)Winst en verlies op verkoop

Nettowinsten op de verkoop van immateriële activa worden in de winst- en verliesrekening opgenomen onder ove­ri­ge baten. Nettoverliezen op verkoop worden als onderdeel van afschrijvingen verantwoord. Nettowinsten en -verliezen worden in de winst- en verliesrekening verantwoord wanneer de belangrijke risico’s en voor­de­len verbonden aan eigendom zijn overgedragen aan de koper, de vergoeding waarschijnlijk inbaar is, de bij­be­ho­ren­de kosten betrouwbaar kunnen worden ingeschat en de immateriële activa niet langer worden be­heerd.

(j) Voorraden

(i) Algemeen

Voorraden worden gewaardeerd tegen de kostprijs, of tegen de opbrengstwaarde indien deze lager is. De kostprijs van de voorraden wordt gebaseerd op de gewogen gemiddelde kostprijs en omvat de verwervingskosten, de productie- of conversiekosten en de overige kosten die gemaakt worden om de voorraden naar de huidige locatie te vervoeren en in de huidige staat te brengen. De opbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs in het normale verloop van de bedrijfsvoering, onder aftrek van de geschatte afwerkingskosten en de kosten noodzakelijk voor de verkoop.

(ii) Gereed product en onderhanden werk

Gereed product en onderhanden werk worden gewaardeerd tegen het gewogen gemiddelde van de fabricagekosten, rekening houdend met het bereikte productiestadium. In de kosten is het van toepassing zijnde deel opgenomen van de overheadkosten die rechtstreeks met de productie samenhangen, uitgaande van een normale bedrijfscapaciteit.

(iii) Overige voorraden en reserveonderdelen

De kostprijs van de overige voorraden wordt gebaseerd op de gewogen gemiddelde inkoopprijs. Reserveonderdelen worden gewaardeerd tegen de kostprijs, of tegen de opbrengstwaarde indien deze lager is. Waardeverminderingen en het gebruik van onderdelen worden ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht. Reserveonderdelen die worden verkregen als onderdeel van een aankoop van bedrijfsmiddelen en die uitsluitend in samenhang met deze specifieke bedrijfsmiddelen zullen worden gebruikt, worden bij eerste opname geactiveerd en afgeschreven als onderdeel van deze bedrijfsmiddelen.

(k) Bijzondere waardevermindering

(i) Financiële activa

Een financieel actief wordt elke verslagdatum geëvalueerd om te bepalen of er objectieve aanwijzingen zijn dat het actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Een financieel actief wordt geacht een bijzondere waardevermindering te hebben ondergaan indien uit objectieve aanwijzingen blijkt dat een of meer gebeurtenissen een negatief effect hebben gehad op de geschatte toekomstige kasstromen van het betreffende actief.

Een bijzondere waardevermindering van een financieel actief dat tegen geamortiseerde kostprijs is gewaardeerd, wordt berekend als het verschil tussen de boekwaarde en de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen, verdisconteerd op basis van het oorspronkelijke effectieve rendement. Een bijzondere waardevermindering van een voor verkoop beschikbaar financieel actief wordt berekend op basis van de actuele reële waarde van het actief.

Financiële activa die afzonderlijk een aanzienlijke waarde vertegenwoordigen, worden afzonderlijk getoetst op bijzondere waardeverminderingen. De overige financiële activa worden gezamenlijk getoetst in groepen met een vergelijkbaar kredietrisicoprofiel.

Alle bijzondere waardeverminderingsverliezen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen. Cumulatieve waardeverminderingsverliezen van een voor verkoop beschikbaar financieel actief dat eerder in het eigen vermogen is opgenomen, worden overgeheveld naar de winst- en verliesrekening.

Een bijzondere waardevermindering wordt teruggenomen indien de terugname objectief kan worden gere­lateerd aan een gebeurtenis die zich voordeed nadat de bijzondere waardevermindering was verantwoord. Bij financiële activa gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs en bij voor verkoop beschikbare financiële activa in de vorm van schuldbewijzen wordt de terugname verantwoord in de winst- en verliesrekening. Bij voor verkoop beschikbare financiële activa in de vorm van aandelen wordt de terugname rechtstreeks in het eigen vermogen verwerkt.

(ii) Niet-financiële activa

De boekwaarde van de niet-financiële activa van Heineken, uitgezonderd voorraden (zie grondslag (j)) en latente belastingvorderingen (zie grondslag (u)), wordt elke verslagdatum opnieuw geëvalueerd om te bepalen of er aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen. Indien dergelijke aanwijzingen bestaan, wordt een schatting gemaakt van de realiseerbare waarde van het actief. Van goodwill en imma­teriële activa die een onbeperkte economische levensduur hebben of die nog niet gereed voor gebruik zijn, wordt elk jaar op hetzelfde tijdstip de realiseerbare waarde geschat.

De realiseerbare waarde van een actief of een kasstroomgenererende eenheid is de reële waarde minus verkoopkosten, of de bedrijfswaarde indien deze hoger is. De realiseerbare waarde van een actief of een kas­stroomgenererende eenheid wordt gelijkgesteld aan de bedrijfswaarde. Bij het bepalen van de bedrijfs­waar­de wordt de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen berekend met behulp van een disconteringsvoet na belasting die een afspiegeling is van zowel de actuele markttaxaties van de tijdswaarde van geld als van de specifieke risico’s met betrekking tot het actief. Ten behoeve van de toetsing op bij­zon­dere waardevermindering worden activa gegroepeerd in de kleinste groep activa (‘kasstroom­ge­ne­re­rende eenheid’) welke een instroom van kasmiddelen uit voortgezet gebruik genereert die in ruime mate onafhankelijk is van de instroom van kasmiddelen van andere activa of groepen van activa.

Goodwill verworven als gevolg van een bedrijfscombinatie wordt, ten behoeve van de toetsing op bijzondere waardevermindering, toegerekend aan elk van de kasstroomgenererende eenheden (of groepen van een­heden) van de overnemende partij die naar verwachting voordeel zullen halen uit de synergie in de bedrijfs­combinatie. Elke kasstroomgenererende eenheid of groep van eenheden waaraan de goodwill wordt toe­gerekend, vertegenwoordigt binnen de entiteit het laagste niveau waarop toezicht wordt gehouden op de goodwill voor interne managementdoeleinden. Het toezicht op de goodwill vindt plaats op het niveau van regio’s, subregio’s of landen, afhankelijk van de kenmerken van de acquisitie, de te behalen synergieën en het niveau van integratie.

Er wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord indien de boekwaarde van een actief (of de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort) hoger is dan de realiseerbare waarde. Een kas­stroom­genererende eenheid is de kleinst identificeerbare groep activa die kasstromen genereert welke groten­deels onafhankelijk zijn van de kasstromen uit overige activa of groepen van activa. Bijzondere waarde­vermin­de­ringsverliezen worden in de winst- en verliesrekening verantwoord. Bijzondere waarde­verminde­rings­verliezen met betrekking tot kasstroomgenererende eenheden worden eerst in mindering gebracht op de boekwaarde van eventuele aan de kasstroomgenererende eenheden toegerekende goodwill en vervolgens naar rato op de boekwaarde van de overige activa in de kasstroom­genererende eenheid (of groep van eenheden). Bijzondere waardeverminderingen op goodwill worden niet teruggenomen. De in voorgaande perioden verantwoorde bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot andere soorten activa worden op elke verslagdatum be­oor­deeld om te bepalen of er aanwijzingen zijn dat de waarde­vermindering is afgenomen of niet langer bestaat. Een bijzondere waardevermindering wordt teruggenomen als er een wijziging is opgetreden in de schattingen op basis waarvan de realiseerbare waarde is bepaald. Bijzondere waardeverminderingen worden alleen terug­genomen voor zover de verhoogde boekwaarde van het actief niet hoger is dan de boekwaarde (na aftrek van afschrijvingen) die vastgesteld zou zijn indien er geen bijzondere waardevermindering was verantwoord.

(l) Vaste activa aangehouden voor verkoop

Vaste activa (of groepen activa en verplichtingen die worden afgestoten) waarvan de boekwaarde naar verwachting voornamelijk door verkoop zal worden gerealiseerd in plaats van door voortgezet gebruik, worden geclassificeerd als aangehouden voor verkoop. Direct voorafgaand aan de classificatie als aan­ge­houden voor verkoop worden de activa (of onderdelen van een groep activa die wordt afgestoten) opnieuw gewaardeerd op basis van de grondslagen voor waardering en resultaatbepaling van Heineken. Daarna worden de activa (of onderdelen van een groep activa die wordt afgestoten) gewaardeerd tegen de boek­waarde, of tegen de reële waarde minus verkoopkosten indien deze lager is. Bijzondere waarde­vermin­de­ringsverliezen met betrekking tot groepen activa die worden afgestoten, worden eerst toegerekend aan goodwill en vervolgens naar rato aan de overige activa en verplichtingen, met dien verstande dat geen verliezen worden toegerekend aan voorraden, financiële activa, latente belastingvorderingen en activa uit hoofde van personeelsbeloningen, welke zoals voorheen zullen worden gewaardeerd op basis van de grondslagen voor waardering en resultaatbepaling van Heineken. Bijzondere waardeverminderingen bij eerste classificatie als aangehouden voor verkoop en latere winsten of verliezen door herwaarderingen worden verwerkt in de winst- en verliesrekening. Winsten worden niet verwerkt voor zover deze de cumulatieve bijzondere waardevermindering te boven gaan.

(m) Personeelsbeloningen

(i) Toegezegde-bijdrageregelingen

Een toegezegde-bijdrageregeling is een pensioenregeling op grond waarvan de Groep vaste bijdragen af­draagt aan een aparte entiteit (een fonds). De Groep heeft geen in rechte afdwingbare of feitelijke verplich­ting om verdere bijdragen te betalen indien het fonds niet over voldoende activa beschikt om alle werk­ne­mers de beloningen uit te keren die verband houden met werknemersprestaties in de huidige periode en in voorgaande perioden.

Verplichtingen in verband met bijdragen aan pensioenregelingen op basis van toegezegde bijdragen worden als kosten voor personeelsbeloningen in de winst- en verliesrekening opgenomen wanneer de bijdragen verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde bijdragen worden als actief opgenomen voor zover er sprake is van een terugbetaling in contanten of een verlaging van toekomstige betalingen.

(ii) Toegezegd-pensioenregelingen

Een toegezegd-pensioenregeling is een pensioenregeling die geen toegezegde-bijdrageregeling is. In een toe­gezegd-pensioenregeling wordt doorgaans een bedrag aan pensioenuitkering vastgelegd dat de werk­nemer bij pensionering ontvangt, meestal afhankelijk van een of meer factoren zoals leeftijd, dienstjaren en beloning. De netto verplichting van Heineken uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen wordt voor iedere regeling afzonderlijk berekend door een schatting te maken van de pensioenaanspraken die werknemers hebben opgebouwd in ruil voor hun diensten in de verslagperiode en voorgaande perioden. Deze pensioenaan­spra­ken worden verdisconteerd om de contante waarde te bepalen. Eventuele niet-opgenomen pensioenkosten van verstreken diensttijd en de reële waarde van de fondsbeleggingen worden in mindering gebracht. De disconteringsvoet is het rendement op de balansdatum van obligaties met kredietwaardigheidsbeoordeling AA waarvan de looptijd de termijn van de verplichtingen van Heineken benadert. De berekening wordt jaar­lijks door een erkende actuaris uitgevoerd volgens de ‘projected unit credit’-methode. Wanneer de bereke­ning resulteert in een positief saldo voor Heineken, wordt de opname van het actief beperkt tot een bedrag dat maximaal gelijk is aan het netto totaal van eventuele niet-opgenomen pensioenkosten van verstreken diensttijd en de contante waarde van economische voordelen beschikbaar in de vorm van eventuele toe­komstige restituties uit de regeling of verlagingen van toekomstige bijdragen aan de regeling. Een econo­misch voordeel is beschikbaar voor de Groep indien het gerealiseerd kan worden tijdens de looptijd van de regeling, of bij afwikkeling van de verplichtingen uit hoofde van de regeling.

Wanneer de pensioenaanspraken uit hoofde van een regeling worden verbeterd, wordt het gedeelte van de verbeterde pensioenaanspraken dat betrekking heeft op de verstreken diensttijd van werknemers lineair als last in de winst- en verliesrekening opgenomen over de gemiddelde periode tot de pensioenaanspraken onvoorwaardelijk worden. Voor zover de aanspraken onmiddellijk onvoorwaardelijk worden, wordt de last onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen.

Met betrekking tot actuariële winsten en verliezen past Heineken de ‘corridor’-methode toe bij het berekenen van de verplichtingen uit hoofde van een pensioenregeling. Voor zover eventuele niet-opgenomen cumula­tieve actuariële winsten en verliezen meer bedragen dan 10 procent van de contante waarde van de bruto verplichting uit hoofde van de toegezegd-pensioenregeling, dan wel van de reële waarde van de fonds­beleg­gingen indien deze hoger is, wordt het betreffende gedeelte in de winst- en verliesrekening opgenomen over de verwachte gemiddelde resterende diensttijd van de werknemers die aan de regeling deelnemen. In overige gevallen worden actuariële winsten of verliezen niet opgenomen.

(iii) Overige langlopende verplichtingen uit hoofde van personeelsbeloningen

De netto verplichting van Heineken uit hoofde van lange termijn personeelsbeloningen anders dan pensioen­regelingen is het bedrag van de toekomstige beloningen die werknemers hebben opgebouwd in ruil voor hun diensten in de verslagperiode en voorgaande perioden. Deze beloningen worden verdisconteerd. De reële waarde van de hieraan gerelateerde activa wordt hierop in mindering gebracht. De disconteringsvoet is het rendement per balansdatum van obligaties met een hoge kredietwaardigheidsbeoordeling, waarvan de loop­tijd de termijn van de verplichtingen van Heineken benadert. De verplichting wordt berekend volgens de ‘projected unit credit’-methode. Eventuele actuariële winsten of verliezen worden verantwoord in de winst- en verliesrekening in de periode waarin zij zich voordoen.

(iv) Ontslagvergoedingen

Ontslagvergoedingen worden uitgekeerd wanneer het dienstverband door de Groep wordt beëindigd vóór de nor­male pensioendatum of wanneer een werknemer vrijwillig ontslag aanvaardt in ruil voor een dergelijke vergoeding.

Ontslagvergoedingen worden opgenomen als lasten indien Heineken zich aantoonbaar heeft verplicht tot het beëindigen van het dienstverband van huidige werknemers volgens een gedetailleerd formeel plan zonder de mogelijkheid dit plan in te trekken, of tot het uitkeren van ontslagvergoedingen ten gevolge van een aanbod waarmee wordt beoogd vrijwillig ontslag aan te moedigen. Ontslagvergoedingen voor vrijwillig ontslag wor­den opgenomen indien Heineken een aanbod heeft gedaan om vrijwillig ontslag aan te moedigen, het waar­schijnlijk is dat dit aanbod zal worden geaccepteerd en het aantal werknemers dat het aanbod accepteert betrouwbaar kan worden ingeschat.

Vergoedingen die meer dan 12 maanden na de balansdatum verschuldigd worden, worden verdisconteerd om de contante waarde te bepalen.

(v) Op aandelen gebaseerde beloning (lange termijn aandelenplan)

Met ingang van 1 januari 2005 heeft Heineken een aandelenplan voor leden van de Raad van Bestuur in het leven geroepen en per 1 januari 2006 heeft Heineken tevens een aandelenplan ingesteld voor het senior management (zie toelichting 27). Het aandelenplan voor de Raad van Bestuur is volledig afhankelijk van externe marktprestaties. Het aandelenplan voor het senior management is voor 25 procent afhankelijk van externe marktprestaties en voor 75 procent van interne prestaties.

De reële waarde per toekenningsdatum van de toegekende rechten op aandelen wordt opgenomen onder personeelskosten, tegen een overeenkomstige toename in het eigen vermogen, over de periode waarin de werknemers onvoorwaardelijk aanspraak kunnen maken op de rechten op aandelen. De kosten van het aan­delenplan voor de leden van de Raad van Bestuur en het senior management worden gelijkmatig verdeeld over de periode waarin de prestatie gemeten wordt.

Op elke balansdatum herziet Heineken de schattingen van het aantal rechten op aandelen dat naar verwachting zal worden uitgeoefend, uitsluitend voor de 75 procent interne prestatiemaatstaven van het aandelenplan voor de leden van het senior management. De eventuele effecten van de herziening van de oorspronkelijke schattingen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening tegen een overeenkomstige aanpassing van het eigen vermogen. De reële waarde wordt per toekenningsdatum bepaald op basis van het Monte Carlo-model, met inachtneming van de bepalingen en voorwaarden van het aandelenplan.

(vi) Korte termijn personeelsbeloningen

Verplichtingen uit hoofde van korte termijn personeelsbeloningen worden op niet-verdisconteerde basis gewaardeerd. Deze verplichtingen worden in de winst- en verliesrekening verwerkt zodra de gerelateerde prestaties worden verricht.

Voor het in het kader van korte termijn personeelsbeloningen naar verwachting uit te keren bedrag wordt een kortlopende verplichting gevormd, indien de Groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft om dit bedrag uit te keren uit hoofde van verstreken diensttijd van de werknemer en de verplichting betrouwbaar kan worden ingeschat.

(n) Voorzieningen

(i) Algemeen

Er wordt een voorziening gevormd wanneer Heineken een betrouwbaar in te schatten, in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van een gebeurtenis in het verleden en het waarschijnlijk is dat een uit­stroom van middelen vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen. Voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting nodig zijn om de verplichting af te wikkelen, gebruik makend van een disconteringsvoet vóór belastingen die de marktverwachtingen weerspiegelt inzake de tijdswaarde van geld en de specifieke risico’s die aan de verplichting verbonden zijn. De stijging in de voorziening die te wijten is aan het verstrijken van de tijd wordt opgenomen als onderdeel van de netto financieringslasten.

(ii) Herstructurering

Een voorziening voor herstructureringen wordt in de balans opgenomen indien Heineken een gedetailleerd en formeel herstructureringsplan heeft goedgekeurd en deze herstructurering hetzij in gang is gezet, hetzij publiekelijk is aangekondigd. Er worden geen voorzieningen gevormd voor toekomstige operationele kosten. De voorziening omvat de uitkeringsverplichtingen uit hoofde van vervroegde pensionering, overplaatsing en afvloeiingsregelingen.

(iii) Verlieslatende contracten

Er wordt een voorziening voor verlieslatende contracten gevormd wanneer de economische voordelen die Heineken naar verwachting uit een contract zal behalen, geringer zijn dan de onvermijdelijke kosten die nodig zijn om de verplichtingen uit hoofde van het contract na te komen. De voorziening wordt gewaardeerd tegen de contante waarde van de verwachte kosten voor beëindiging van het contract, of tegen de verwachte netto kosten van voortzetting van het contract, indien deze waarde lager is. Alvorens een voorziening wordt opgenomen, verantwoordt Heineken eventuele bijzondere waardeverminderingen op de activa die verband houden met het betreffende contract.

(o) Leningen en overige financieringsverplichtingen

Leningen worden bij eerste opname verantwoord tegen reële waarde na aftrek van transactiekosten. Daarna worden leningen verantwoord tegen geamortiseerde kostprijs. Een eventueel verschil tussen de opbrengsten (na aftrek van transactiekosten) en de aflossingswaarde wordt op basis van de effectieve-rentemethode opgenomen in de winst- en verliesrekening over de looptijd van de leningen. Leningen die onderdeel zijn van een reële-waardeafdekking, worden tegen reële waarde opgenomen ten aanzien van het afgedekte risico.

Leningen waarbij de Groep een onvoorwaardelijk recht heeft om de afwikkeling van de verplichting uit te stellen tot minimaal 12 maanden na de balansdatum, worden geclassificeerd als langlopende verplichtingen.

(p) Opbrengsten

(i) Verkoop van goederen

Opbrengsten uit de verkoop van goederen worden gewaardeerd tegen de reële waarde van de ontvangen of te ontvangen vergoeding, na aftrek van omzetbelasting, accijnzen, retouren, klantkortingen en overige ver­koop­gerelateerde kortingen. Opbrengsten uit de verkoop van goederen worden in de winst- en verlies­re­ke­ning verantwoord wanneer de omvang van de opbrengsten betrouwbaar kan worden bepaald, de belangrijke risico’s en voordelen verbonden aan eigendom van de goederen zijn overgedragen aan de koper, de ver­goe­ding waarschijnlijk inbaar is, de bijbehorende kosten en mogelijke retouren van de goederen betrouwbaar kunnen worden ingeschat en het management niet langer betrokken is bij de goederen.

(ii) Overige opbrengsten

Overige opbrengsten bestaan uit de opbrengsten uit royalty’s, huuropbrengsten, dienstverlening op het gebied van cafébeheer en technische dienstverlening aan derden, na aftrek van omzetbelasting. Royalty’s worden op basis van het toerekeningsbeginsel in de winst- en verliesrekening opgenomen in overeen­stem­ming met de economische realiteit van de desbetreffende overeenkomst. Huuropbrengsten en technische dienstverlening worden in de winst- en verliesrekening opgenomen zodra de betreffende diensten zijn verleend.

(q) Overige baten

Overige baten zijn baten uit de verkoop van materiële vaste activa, immateriële activa en (belangen in) dochter­ondernemingen, joint ventures en geassocieerde deelnemingen, na aftrek van omzetbelasting. Deze baten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen zodra de eigendom is overgedragen aan de koper.

(r) Lasten

(i) Termijnen van operationele leases

Betalingen verricht uit hoofde van operationele leaseovereenkomsten worden gedurende de looptijd van de overeenkomst lineair in de winst- en verliesrekening verantwoord. Ontvangen vergoedingen ter stimulering van het afsluiten van leaseovereenkomsten worden als integraal onderdeel van de totale leasekosten in de winst- en verliesrekening verantwoord gedurende de looptijd van de overeenkomst.

(ii) Termijnen van financiële leases

De minimale leasetermijnen uit hoofde van een financiële leaseovereenkomst worden deels opgenomen als financieringslasten en deels als aflossing op de uitstaande verplichting. De financieringslasten worden zo­danig toegerekend aan perioden binnen de looptijd van de leaseovereenkomst dat dit voor elke periode resulteert in een constante periodieke rentevoet op het resterende saldo van de verplichting. Voor­waar­de­lijke leasebetalingen worden verwerkt door de minimale leasetermijnen over de resterende looptijd van de leaseovereenkomst te herzien wanneer de leaseaanpassing wordt bevestigd.

(s) Overheidssubsidies

Overheidssubsidies worden opgenomen tegen reële waarde indien er een redelijke mate van zekerheid is dat Heineken zal voldoen aan de voorwaarden die aan de subsidies zijn verbonden en dat de subsidies zullen worden ontvangen.

Overheidssubsidies met betrekking tot materiële vaste activa worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de activa.

Overheidssubsidies die betrekking hebben op kosten, worden in de balans verantwoord als uitgestelde bate en vervolgens in de winst- en verliesrekening verantwoord in de periode waarin ze kunnen worden toegerekend aan de kosten waarvoor deze subsidies als compensatie dienen.

(t) Rentebaten, rentelasten en overige netto financieringsbaten en -lasten

Rentebaten en -lasten worden opgenomen naarmate de rente wordt opgebouwd. De berekening vindt plaats volgens de effectieve-rentemethode, tenzij er twijfel bestaat aan de inbaarheid.

Overige netto financieringsbaten zijn dividendinkomsten, winsten uit de vervreemding van investeringen beschikbaar voor verkoop, veranderingen in de reële waarde van investeringen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening, alsmede investeringen aangehouden voor handelsdoeleinden en winsten en verliezen op afdekkingsinstrumenten die in de winst- en verlies­re­ke­ning worden verantwoord. Dividendinkomsten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen op de datum dat Heineken het recht verkrijgt de betaling te ontvangen. In het geval van beursgenoteerde effecten is dit de datum waarop de effecten ex-dividend genoteerd worden.

Overige netto financieringslasten betreffen de oprenting van voorzieningen, veranderingen in de reële waarde van investeringen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening, veranderingen in de reële waarde van investeringen aangehouden voor handelsdoeleinden, bijzondere waardeverminderingen op investeringen, alsmede winsten of verliezen op afdekkingsinstrumenten die in de winst- en verliesrekening worden verantwoord.

Winsten en verliezen op valutakoersverschillen worden netto opgenomen.

(u) Winstbelastingen

Winstbelastingen bestaan uit actuele en latente belastingen. Winstbelastingen worden in principe in de winst- en verliesrekening verantwoord. Echter, wanneer de belasting betrekking heeft op posten die rechtstreeks in het eigen vermogen zijn verwerkt, wordt de belasting verantwoord in het eigen vermogen.

De actuele belastingen hebben betrekking op de naar verwachting verschuldigde winstbelastingen over de belastbare winst van het boekjaar op basis van geldende belastingtarieven of van belastingwetgeving waarvan het wetgevingsproces op de balansdatum materieel is afgesloten, alsmede op eventuele aanpassingen in de verschuldigde winstbelastingen over de winsten uit voorgaande jaren.

Latente belastingen worden berekend op basis van de balansmethode, voor aftrekbare respectievelijk belast­ba­re tijdelijke verschillen tussen de commerciële boekwaarde en de fiscale boekwaarde van activa en verplich­ting­en.

Latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden niet verantwoord voor de volgende tijdelijke ver­schil­len: (i) de eerste opname van goodwill, (ii) de eerste opname van activa of verplichtingen in een trans­actie die geen bedrijfscombinatie is en die geen invloed heeft op winst of verlies in commerciële dan wel fiscale zin, en (iii) verschillen uit hoofde van investeringen in dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde deelnemingen die het gevolg zijn van valutaomrekeningsverschillen op buitenlandse activiteiten.

Latente belastingen worden bepaald op basis van belastingtarieven (en belastingwetten) waarvan het wetgevingsproces op de balansdatum materieel is afgesloten en die worden geacht van kracht te zijn wanneer de betreffende latente belastingvordering wordt gerealiseerd of wanneer de latente belastingverplichting wordt afgewikkeld.

Latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd indien er een in rechte afdwingbaar recht bestaat op het salderen van kortlopende belastingverplichtingen en -vorderingen en indien deze betrekking hebben op winstbelastingen die door dezelfde belastingautoriteit zijn opgelegd aan dezelfde belastbare entiteit, of op verschillende belastbare entiteiten die ofwel de intentie hebben om kortlopende belastingverplichtingen en -vorderingen netto af te wikkelen, of om de realisering van de belasting­vor­de­ringen en de afwikkeling van de verplichtingen te laten samenvallen.

Latente belastingvorderingen worden uitsluitend verantwoord voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige belastbare winsten beschikbaar komen waartegen deze post kan worden gecompenseerd. Latente belastingvorderingen worden op elke balansdatum geëvalueerd en afgewaardeerd voor zover het niet langer waarschijnlijk is dat de belastingbate kan worden gerealiseerd. Latente belastingvorderingen worden verantwoord met het oog op voorwaartse verrekening van niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden. Wanneer een entiteit in het recente verleden verlies heeft geleden, zal deze entiteit een latente belastingvordering uit niet-gecompen­seerde fiscale verliezen of ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden uitsluitend opnemen voor zover de entiteit over voldoende belastbare tijdelijke verschillen beschikt of als er andere overtuigende aanwijzingen zijn dat er voldoende fiscale winst beschikbaar zal zijn waarvoor de niet-gecompenseerde fiscale verliezen of ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden kunnen worden gebruikt.

(v) Winst per aandeel

Heineken presenteert de gewone en verwaterde winst per aandeel voor de gewone aandelen Heineken. De gewone winst per aandeel wordt berekend door de winst of het verlies dat toe te rekenen is aan gewone aandeelhouders van de vennootschap, te delen door het gewogen gemiddelde van het aantal gewone aan­delen dat gedurende de verslagperiode uitstaande was. De verwaterde winst per aandeel wordt berekend door de winst of het verlies dat toe te rekenen is aan gewone aandeelhouders en het gewogen gemiddelde van het aantal uitstaande gewone aandelen te corrigeren voor de effecten van alle potentiële gewone aandelen die tot verwatering zullen leiden, zoals rechten op aandelen die aan werknemers zijn toegewezen.

(w) Kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de indirecte methode. Mutaties in balansposten die niet hebben geleid tot kasstromen, zoals omrekeningsverschillen, veranderingen in reële waarde, op aandelen gebaseerde betalingen die in het eigen vermogen worden verwerkt en overige posten zonder feitelijke in- of uitgaande kasstromen, zijn geëlimineerd ten behoeve van het opstellen van dit overzicht. Activa en ver­plich­ting­en die als onderdeel van een bedrijfscombinatie zijn verkregen, worden opgenomen onder investerings­activiteiten (na aftrek van verkregen geldmiddelen). De dividenden uitgekeerd aan gewone aandeelhouders worden opgenomen onder financieringsactiviteiten. Ontvangen dividenden worden geclassificeerd als bedrijfsactiviteiten. Ook betaalde rente wordt opgenomen onder bedrijfsactiviteiten.

(x) Gesegmenteerde informatie

Een segment is een te onderscheiden onderdeel van Heineken dat zich ofwel bezighoudt met het leveren van on­der­ling gerelateerde goederen of diensten (bedrijfssegment) ofwel met het leveren van goederen of diensten bin­nen een bepaald economisch gebied (geografisch segment) en dat onderhevig is aan andere risico’s en op­breng­sten dan de overige segmenten. Gesegmenteerde informatie wordt verstrekt met betrekking tot de be­drijfs- en geografische segmenten van de Groep. De primaire segmentatiebasis van Heineken berust op geo­gra­fische segmenten.

Overdrachten of transacties tussen segmenten worden aangegaan onder de normale zakelijke voorwaarden die ook beschikbaar zouden zijn voor niet-gerelateerde externe partijen.

De gesegmenteerde resultaten, activa en verplichtingen omvatten posten die rechtstreeks aan het segment zijn toe te rekenen, alsmede posten die redelijkerwijs aan het segment toegerekend kunnen worden. Niet-toegerekende resultaten betreffen netto financieringslasten en winstbelastingen. Niet-toegerekende activa zijn overige kortlopende investeringen en direct opvraagbare tegoeden.

Gesegmenteerde kapitaalinvesteringen hebben betrekking op de totale kosten die gedurende de verslag­pe­rio­de zijn gemaakt voor het verwerven van materiële vaste activa en immateriële activa anders dan goodwill.

(y) Emissierechten

Emissierechten hebben betrekking op de uitstoot van CO2 in samenhang met de productie van energie. Deze rechten zijn vrij verhandelbaar. Aangekochte emissierechten en verplichtingen uit hoofde van de productie van CO2 worden gewaardeerd tegen kostprijs, met inbegrip van rechtstreeks toerekenbare kosten. Kosteloos ontvangen emissierechten worden eveneens gewaardeerd tegen kostprijs (nihil).

(z) Recent gepubliceerde IFRS

(i) Standaard van kracht in 2008
  • IFRIC 11 IFRS 2 Transacties in aandelen van de groep en eigen aandelen (geldig voor jaarperioden die begin­nen op of na 1 maart 2007). IFRIC 11 schrijft voor dat een op aandelen gebaseerde betalings­overeenkomst waarbij een entiteit goederen of diensten ontvangt als vergoeding voor de eigen-vermogens­instrumenten van de entiteit, moet worden verantwoord als een in eigen-vermogens­instrumenten afgewikkelde, op aan­de­len gebaseerde betalingstransactie, ongeacht de wijze waarop de eigen-vermogensinstrumenten zijn ver­kre­gen. Gelet op het feit dat het lange termijn aandelenplan van Heineken reeds wordt verantwoord als een in eigen-vermogensinstrumenten afgewikkelde transactie, heeft deze IFRIC geen gevolgen voor Heineken.
(ii) Nog niet toegepaste relevante nieuwe standaarden en interpretaties

De volgende nieuwe standaarden en interpretaties op bestaande standaarden die relevant zijn voor Heineken, zijn nog niet van kracht voor het boekjaar eindigend op 31 december 2008 en zijn niet toegepast bij het opstellen van deze geconsolideerde jaarrekening:

  • IAS 23 Financieringskosten (herziene versie) (geldig met ingang van 1 januari 2009). Deze herziening verplicht een entiteit financieringskosten die direct toe te rekenen zijn aan de verwerving, bouw of productie van een in aanmerking komend actief (een actief dat pas na een aanzienlijke tijdsperiode klaar is voor gebruik of verkoop), te activeren als onderdeel van de kostprijs van het actief. De mogelijkheid om deze financieringskosten onmiddellijk als last op te nemen, zal hiermee komen te vervallen. De herziening van IAS 23 zal voor Heineken een stelselwijziging inhouden. In overeenstemming met de overgangs­be­pa­lingen zal Heineken de herziene versie van IAS 23 toepassen op in aanmerking komende activa waarvoor de activering van financieringskosten aanvangt op of na de ingangsdatum. Derhalve zijn er geen gevolgen voor eerdere perioden in de geconsolideerde jaarrekening 2009 van Heineken.
  • IFRS 8 Operationele segmenten (geldig met ingang van 1 januari 2009). IFRS 8 vervangt IAS 14 en brengt de gesegmenteerde informatie in lijn met de voorschriften in de Amerikaanse standaard SFAS 131, ‘Disclosures about segments of an enterprise and related information’. De nieuwe standaard vereist een ‘management approach’, waarbij gesegmenteerde informatie wordt verstrekt op dezelfde basis die ook voor de interne verslaglegging wordt gehanteerd. Gezien de huidige wijze van interne verslaglegging zal deze standaard geen gevolgen hebben voor de classificatie van segmenten.
  • IAS 1 Presentatie van de jaarrekening (herziene versie) (geldig met ingang van 1 januari 2009). In de her­ziene versie wordt het begrip ‘total comprehensive income’ geïntroduceerd, dat verwijst naar de ver­mogensmutatie tijdens een periode met uitzondering van mutaties die voortvloeien uit trans­acties met eige­naars. ‘Total comprehensive income’ kon ofwel worden gepre­sen­teerd in één over­zicht van gereali­seerde en niet-gerealiseerde resultaten, of in een winst- en verlies­re­ke­ning plus een af­zonderlijk overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten. De herziene versie van IAS 1 zal leiden tot een veran­dering in de presentatie van de geconsolideerde jaarrekening. Heineken zal de ‘total comprehensive income’ presenteren in een winst- en verliesrekening plus een afzonderlijk overzicht van ‘total comprehensive income’.
  • IFRIC 13 Klantenbindingsprogramma’s (geldig voor jaarperioden beginnend op of na 1 juli 2008). IFRIC 13 specificeert dat, waar goederen of diensten samen worden verkocht met een programma voor klanten­bin­ding (bijvoorbeeld spaarpunten of gratis producten), er sprake is van een overeenkomst met meerdere elementen en dat de van de klant te ontvangen vergoeding wordt verdeeld over de componenten van de overeenkomst op basis van reële waarden. Heineken zal deze standaard toepassen met ingang van 1 januari 2009. Het effect op de jaarrekening van Heineken zal naar verwachting echter minimaal zijn.
  • IFRIC 14 IAS 19 De limiet op een toegezegd-pensioenregeling, minimale vereisten ten aanzien van de finan­ciering en de onderlinge wisselwerking (geldig met ingang van 1 januari 2009). IFRIC 14 verschaft richt­lijnen voor het toetsen van de limiet in IAS 19 aan het bedrag van het surplus dat als actief kan worden op­ge­nomen. IFRIC 14 beschrijft tevens hoe het pensioenactief of de pensioenverplichting kan worden beïn­vloed door een statutair of contractueel voorgeschreven minimum aan de financiering vereiste. Retrospectieve toepassing is niet vereist. Het effect op de jaarrekening van Heineken zal naar verwachting echter minimaal zijn.
  • IFRIC 16 Afdekking van netto investeringen in buitenlandse activiteiten (geldig met ingang van 1 oktober 2008). Deze IFRIC is nog niet aanvaard door de EU. IFRIC 16 specificeert de verslaglegging met betrekking tot afdekkingen van netto investeringen. Dit betreft het feit dat de afdekking van netto investeringen betrekking heeft op koersverschillen in de functionele valuta en niet in de presentatievaluta, en dat afdek­kingsinstru­men­ten overal binnen de Groep kunnen worden aangehouden. De bepalingen van IAS 21 ‘De gevolgen van wissel­koers­wijzigingen’ zijn van toepassing op de afgedekte positie. Heineken zal deze stan­daard toepassen met in­gang van 1 januari 2009. Het effect op de jaarrekening van Heineken zal naar verwachting echter minimaal zijn.
  • IASB Project voor jaarlijkse verbeteringen 2006-2007, gepubliceerd in mei 2008 (geldig met ingang van geringe (of minimale) 1 januari 2009). Dit project, dat nog niet aanvaard is door de EU, houdt zich bezig met geringe (of minimale) niet-materiële herzieningen van diverse standaarden, welke jaarlijks zullen worden verwerkt. Heineken zal deze standaard toepassen met ingang van 1 januari 2009. Deze verbe­teringen maken het mogelijk om eerdere bijzondere waardeverminderingen op vermogensmutaties terug te draaien. Het effect op de jaarrekening van Heineken zal naar verwachting echter minimaal zijn.
  • IFRS 3 Bedrijfscombinaties herziene versie (geldig met ingang van 1 juli 2009). In deze standaard wordt nog steeds de overnamemethode toegepast op bedrijfscombinaties, maar er zijn enkele belangrijke wijzigingen. Zo moeten bijvoorbeeld alle betalingen voor de verwerving van een entiteit worden verantwoord tegen de reële waarde op de acquisitiedatum waarbij, voorwaardelijke betalingen die als schulden zijn geclassifi­ceerd, vervolgens opnieuw worden gewaardeerd via de winst- en verliesrekening. Per acquisitie bestaat de keuzevrijheid om het minderheidsbelang in de overgenomen partij ofwel te waarderen tegen reële waarde, ofwel op het pro­por­tionele deel van het minderheidsbelang in de netto activa van de overgenomen partij. Alle kosten uit hoof­de van de acquisitie moeten ten laste van de winst- en verliesrekening worden gebracht. Op basis van de herziene versie van IAS 12 worden fiscale verliezen uit eerdere acquisities die zijn opge­nomen na de imple­mentatie van IFRS 3R, verantwoord in de winst- en verliesrekening en niet als een aanpassing van de goodwill. Heineken zal IFRS 3R met ingang van 1 januari 2010 prospectief toepassen op alle bedrijfscombinaties.
  • IAS 27 Geconsolideerde en enkelvoudige jaarrekening aangepast (geldig met ingang van 1 juli 2009). Deze standaard schrijft voor dat wijzigingen in de deelneming van de Groep in een dochteronderneming waarbij de zeggenschap behouden blijft, worden verantwoord als een vermogenstransactie. Wanneer de Groep de zeggenschap over een dochteronderneming verliest, wordt een eventueel resterend minder­heids­belang in de voormalige dochteronderneming gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij de winst of het verlies wordt verantwoord in de winst- en verliesrekening. Heineken zal deze standaard toepassen met ingang van 1 januari 2010.