Toelichting 11-15

15. Immateriële activa

In miljoenen EUR Toelichting Goodwill Merken Klantgere-
lateerde
en op een
contract
gebaseerde
immateriële
activa
Software,
onderzoek
en
ontwikkeling
en overige
Totaal
Kostprijs
Stand per 1 januari 2007   1.768 223 144 2.135
Wijzigingen in de consolidatie   151 15 2 168
Aankopen/intern ontwikkeld   17 17
Desinvesteringen   (1) (1)
Valutaomrekeningsverschillen   (23) (1)   (24)
Stand per 31 december 2007   1.896 237 162 2.295
 
Stand per 1 januari 2008   1.896 237 162 2.295
Wijzigingen in de consolidatie 6 4.158 1.239 327 41 5.765
Aankopen/intern ontwikkeld   1 108 49 158
Desinvesteringen   (1) (4) (5)
Valutaomrekeningsverschillen   (371) (144) (16) (23) (554)
Stand per 31 december 2008   5.683 1.332 419 225 7.659
 
Amortisatie en bijzondere waardeverminderingen
Stand per 1 januari 2007   (13) (31) (114) (158)
Amortisatie over het boekjaar 11 (8) (17) (25)
Bijzondere waardeverminderingen 11 (1) (3) (4)
Desinvesteringen   1 1
Valutaomrekeningsverschillen   1 1
Stand per 31 december 2007   (14) (41) (130) (185)
 
Stand per 1 januari 2008   (14) (41) (130) (185)
Amortisatie over het boekjaar 11 (30) (42) (34) (106)
Bijzondere waardeverminderingen 11 (275) (275)
Desinvesteringen   4 4
Valutaomrekeningsverschillen   (1) 3 2 8 12
Stand per 31 december 2008   (290) (68) (40) (152) (550)
 
Boekwaarde
Per 1 januari 2007   1.755 192 30 1.977
Per 31 december 2007   1.882 196 32 2.110
Per 1 januari 2008   1.882 196 32 2.110
Per 31 december 2008   5.393 1.264 379 73 7.109

Verworven merken en klantgerelateerde/op een contract gebaseerde immateriële activa

De belangrijkste merken die in 2008 zijn overgenomen, zijn Fosters, Strongbow en Sagres. De belangrijkste klantgerelateerde en contract gebaseerde immateriële activa die zijn verkregen, betreffen klant­re­laties met cafés of groothandels in het Verenigd Koninkrijk, Finland en Portugal (relaties al dan niet op basis van een contractuele overeenkomst). Voorts heeft Heineken de licentie overeenkomst met FEMSA Cerveza voor een periode van 10 jaar verlengd. Als gevolg hiervan is Heineken de exclusieve importeur, marketingorganisatie en aanbieder van FEMSA-merken.

Toetsing op bijzondere waardeverminderingen van goodwill bij kasstroomgenererende eenheden

Per regio is aan de kasstroomgenererende eenheden goodwill met de onderstaande cumulatieve boekwaarde toegerekend:

In miljoenen EUR 2008 2007
West-Europa 3.220 94
Centraal- en Oost-Europa (exclusief Rusland) 1.479 1.251
Rusland 104 435
Noord- en Zuid-Amerika 356 16
Afrika en het Midden-Oosten 234 86
  5.393 1.882

De goodwill met betrekking tot West-Europa, Centraal- en Oost-Europa (exclusief Rusland) en Noord- en Zuid-Amerika wordt op regionaal niveau opgevolgd ten behoeve van de toetsing op bijzondere waarde­ver­min­de­ring. Ten aanzien van werkmaatschappijen die minder zijn geïntegreerd in de overige regio’s en Rusland, wordt op nationaal niveau toezicht gehouden op de goodwill. De toename van de goodwill hangt samen met de in het boekjaar overgenomen entiteiten, zoals nader beschreven in toelichting 6. Gedurende het jaar is de goodwill afge­no­men ten gevolge van verliezen op valutakoersverschillen en een bijzondere waardevermindering op goodwill met betrekking tot Heineken Rusland.

Zoals uiteengezet in toelichting 3b, vindt de verslaglegging over joint ventures voortaan plaats volgens de vermogensmutatiemethode en niet langer via proportionele consolidatie. Dientengevolge wordt de goodwill op CCU niet langer afzonderlijk wordt verantwoord. De goodwill is nu opgenomen in de kosten van de joint venture.

Goodwill wordt jaarlijks getoetst op bijzondere waardevermindering. De realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheden is gebaseerd op berekeningen van de bedrijfswaarde. De bedrijfswaarde is bepaald door verdiscontering van de toekomstige kasstromen na belastingen voortvloeiend uit voortgezet gebruik van de eenheid, gebruikmakend van een disconteringsvoet na belastingen. De belangrijkste veronderstellingen bij de berekeningen van de bedrijfswaarde zijn als volgt:

  • Kasstromen zijn geprojecteerd op basis van actuele bedrijfsresultaten en het driejarige onder­nemings­plan. De kasstromen voor een aansluitende periode van zeven jaar zijn geëxtrapoleerd aan de hand van prognoses van de jaarlijkse volumegroei per land. Deze prognoses zijn gebaseerd op externe bronnen. Het Bestuur is van mening dat de lengte van de geprognosticeerde periode gerechtvaardigd is met het oog op ervaringen uit het verleden en de mate van voorspelbaarheid van de biersector op lange termijn.
  • De jaarlijkse stijging van de bierprijs na de eerste periode van drie jaar is verondersteld gelijk te zijn aan de op lange termijn verwachte jaarlijkse inflatie per land. Deze verwachtingen zijn gebaseerd op progno­ses van externe bronnen.
  • De kasstromen na de eerste periode van tien jaar zijn geëxtrapoleerd aan de hand van de op lange termijn verwachte inflatie, gebaseerd op prognoses van externe bronnen, teneinde de uiteindelijk realiseerbare waarde te berekenen.
  • De realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheden is bepaald op basis van een specifieke, na winstbelastingen gewogengemiddelde vermogenskostenvoet per eenheid. De gehanteerde gewogen gemiddelde vermogenskostenvoeten zijn weergegeven in de onderstaande tabel, samen met de ver­wachte volumegroei en de verwachte inflatie op lange termijn:
  Gewogen gemiddelde
vermogenskostenvoet na
winstbelastingen
Verwachte
jaarlijkse inflatie
op lange termijn
Verwachte
volumegroei
2012-2018
West-Europa 7,6% 2,1% -0,1%
Centraal- en Oost-Europa (exclusief Rusland) 9,6% 2,9% 1,0%
Rusland 14,1% 5,6% 3,5%
Noord- en Zuid-Amerika 8,2% - 13,1% 1,7% - 7,3% 1,2% - 3,0%
Afrika en het Midden-Oosten 8,9% - 14,7% 3,1% - 7,4% -0,4% - 4,4%

De waarden die bij de belangrijke veronderstellingen worden gehanteerd geeft de inschatting van het Bestuur weer van toekomstige trends en ontwikkelingen in de biersector en zijn gebaseerd op historische gegevens uit zowel externe als interne bronnen (historische data).

De bijzondere waardevermindering van € 275 miljoen in Rusland wordt voornamelijk veroorzaakt door een stijging van de gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet en de, gezien de economische crisis verlaagde groei­prognose op de lange termijn. Het zal naar verwachting langer duren voordat de Russische markt zich herstelt.